Twaalf jaar verder…

…en het wonder is geschied. Ik kan het nog nauwelijks geloven. Nog altijd geef ik rekenen op het mbo – inmiddels wat methodes en versies verder – en zowaar: vanaf dit (school)jaar telt het vak mee voor de zak- / slaagregeling!

Samen met Nederlands en Engels geldt nu dat je voor één van de vakken gemiddeld een 5 mag halen, en als de andere twee dan maar minimaal een 6 zijn, kun je je diploma ophalen en feest gaan vieren. Lukt dat niet, en haal je een 4 voor bijvoorbeeld rekenen, dan compenseer je dat zelfs niet met twee 9’s voor Nederlands en Engels, en mag je het later nog eens proberen…

Ik kan er niets aan doen, maar 12 jaar verder meet ik mijzelf een houding aan van ‘zien is geloven’. Ik moet het meemaken. Ik zie het overal staan, ja. En de diverse kanalen waar ik inmiddels regelmatig informatie van ontvang zeggen het allemaal… maar de eerste ‘koppen moeten nog rollen’, zogezegd, en ik ben gewoon SUPER benieuwd of het nu daadwerkelijk zulke gevolgen zal gaan hebben.

Toegegeven: er is nogal wat veranderd. De referentieniveaus van Meijerink zijn de deur uit (geen 1F, 2F en 3F meer), en elk mbo niveau heeft nu zijn ‘eigen’ rekenniveau gekregen. Het heet nu gewoon ‘niveau 1’, en ‘niveau 3’ en zo… lekker overzichtelijk. Het is mij persoonlijk altijd een doorn in het oog geweest dat bijvoorbeeld niveau 2 en niveau 3 mbo hetzelfde 2F examen moesten maken, maar dat niveau 2 er over het algemeen een jaar minder voorbereiding voor kreeg. Nu is het anders – daar zal ik in een later bericht zeker nog over uitweiden.

Een van de grootste veranderingen is toch wel dat nu berekeningen – het HOE je aan een antwoord komt – een grote rol spelen. De computer kijkt nog steeds of je antwoord op een som klopt, en kent punten toe, maar daarna gaat je examen naar kersverse beoordelaars, en die mogen door je berekeningen spitten, en met behulp van kaders en richtlijnen tot soms wel 3 punten extra toekennen aan een gemaakte som! Super, toch?

Ik heb mezelf, zodra dat kon, opgegeven voor een beoordelaars-training, en ben nu dus één van de gelukkigen (serieus, ik vind het he-le-maal geweldig) die de ingevoerde berekeningen mag bewonderen. Er zitten nu al ZO veel ‘pareltjes’ tussen, dat ik daar hele blogs mee zou kunnen vullen. En dat ga ik dan dus ook doen! Niet nu, maar zeker wel in de nabije toekomst.

Want zeg nou zelf: hoe mooi is het, om in een berekeningen-blok te lezen:

Waarom maak je het mij zo moeilijk, man!

Mooi, toch? Ik mocht er geen punten aan toekennen volgens de richtlijnen, maar de betreffende kandidaat deed het verder helemaal niet slecht, dus ik had en heb goede hoop… goed dat een student ook zo even wat frustratie kwijt kan!

Nou ja, laat ik maar afsluiten door te zeggen dat ik er nu, na dat corona-geneuzel (ik zal ook zeker nog eens terugblikken op de geneugten van online-thuisonderwijs en de prominente rol die Microsoft Teams in heeft genomen in ons dagelijks werk…) het plezier in mijn werk weer aan het terugvinden ben.

Tot snel!

De Toekomst

“De toekomst van rekenen in het mbo”, prijkt ergens op de website van de rijksoverheid (kijk hier gerust even mee…). Ik was er wel weer eens benieuwd naar.

Ik weet dat we inmiddels mogen kiezen om nog twee jaar gebruik te maken van het centrale examen, of om instellingsexamens te gaan gebruiken. Ik weet ook dat mijn eigen onderwijsinstelling hier nog geen klap op heeft gegeven, of durft te geven. Ik weet ook dat ik dat best lang vind duren. Maar ja, in dat opzicht is er nog extreem weinig veranderd sinds ik zo’n 10 jaar geleden begon met mijn werk als rekendocent.

Voorlopig moet ik maar blij zijn met het feit dat ze het kennelijk nog steeds belangrijk genoeg vinden om het vak te blijven geven, en maak ik er nog steeds de sport van om mijn lessen voor de leerlingen zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zodat ze in ieder geval blijven komen en enigszins hun best willen doen.

Onlangs zijn we weer met een nieuw jaar gestart. En er is nog weinig veranderd sinds zo’n 10 jaar terug. Nog steeds heb ik leerlingen die bij de eerste les door de klas roepen ‘dat ze niet kunnen rekenen’, en dat het dus zinloos is om nogmaals te proberen ze dat uit te leggen. En nog steeds denk ik dat dat voornamelijk ligt aan het eerder genoten rekenonderwijs (sorry juf, meester…).

Ten slotte: nog steeds vind ik mijn werk leuk, en nog steeds neem ik mij voor om vaker berichten te plaatsen op deze website / dit blog…

Tot snel!

419

En toen waren we opeens 419 dagen verder, je kent dat wel…

Dingen in het leven, waardoor (blijkbaar) toch zaken als een blog op een heel laag pitje komen te staan. Iets met prioriteiten en zo.

En dan heb je opeens bergen met updates, nieuwe versies van software, thema’s en een heel nieuw ‘blokken’-systeem in WordPress dat je moet leren kennen.

Nu durf ik dat wel aan, omdat het over het algemeen genomen redelijk intuïtief en gebruiksvriendelijk is allemaal, en geven we jekuntopmerekenen.nl maar weer eens een nieuwe slinger!

Inmiddels al aan mijn tiende jaar bezig als docent rekenen, en NOG STEEDS is er geen duidelijkheid over het vak binnen het mbo. De laatste geluiden komen uit de richting van schoolexamens, en er wordt onderzocht of die vakspecifiek zouden kunnen worden.

De landelijk centrale examens kunnen we nog twee jaar gebruiken, en ook de referentieniveaus worden onder handen genomen. Allemaal veranderingen, dus, met een kleine kans dat het hele feest, net als in het VO, niet door gaat.

Maar ik pik de draad weer op. Ik ga er gewoon weer over schrijven. En over mijn werk. Want dat is nog steeds leuk! Mijn leerlingen zijn nog steeds even enthousiast (…), de cijfers zijn nog steeds even hoog, en de motivatie is nog steeds even ver te zoeken!

Waarom dan blijven?

Ach… noem mij maar een vakidioot met plezier in zijn werk.

Wist je trouwens dat 419 een priemgetal is? Is de cirkel toch weer rond…

Onbedoeld aftrekken…

Een sommetje:

20 pennen – 1 pen = … ?

Antwoord in de volgende mail (van een leerling):

Beste Mark,
Ik kom tot mijn verbazing jouw pen tegen in mijn tas. Het is absoluut niet de bedoeling geweest om deze te stelen, is het goed als ik hem volgende week terug geef?
Met vriendelijke groet,
T. van den D.
Ja, ik vind mijn werk leuk!

Chinees…

Op de avond vóór de dag waarop ik een toets geef, komt de volgende mail binnen:

Hoi Mark,
Ik wilde vragen of ik nog extra uitleg kon krijgen over wat je me vorige week uit had gelegd.
Ik kijk er nu naar om het door te nemen, maar het is allemaal chinees geworden en snap der helemaal niks meer van.
Met vriendelijke groet,
Naam leerling, en klasvermelding 😉

Mijn antwoord:

Hoi Naam,
Ehm… dat is een beetje kort dag nu hè…
Ik heb even voor je gezocht, en het beste wat ik nu nog voor je kan doen is dit:
Hopelijk kun je daar wat mee.
Met vriendelijke groet,
Mark.

Heerlijk soms, dat onderwijs…

Perfecte Score

Ik lees net een bericht (op Facebook, gelinkt vanaf AD.nl) met de titel “Perfecte score voor eerstejaars studenten Marnix Academie”.

Ik mag natuurlijk graag meteen denken dat daar vast een paar van mijn oud-studenten tussen zitten, want het gaat in dit artikel over de toelatingstoets voor het vak rekenen. Goed nieuws dus. Het is, bij mijn weten, altijd een van de grootste struikelblokken geweest bij het toegelaten worden tot de PABO. En het feit dat ALLE eerstejaars studenten op de Marnix Academie de toets gehaald hebben, stemt mij wel enigszins positief.

Ik mis wel wat details in het artikel, dus ik vul even in: ‘moeten deze landelijk vastgestelde toets maken in hun eerste jaar’ betekent wellicht dat studenten er een aantal pogingen aan mogen wagen, en dat er in het eerste jaar flink bijgespijkerd moet worden in sommige gevallen (waar er bij de laatste poging nog een flink aantal studenten zichzelf voorziet van een plekje in het tweede jaar), maar laat ik de boel nou niet bagatelliseren en gewoon blij zijn met dit resultaat!

Waarom dit artikel mij specifiek opviel? Ik ben een oud-student van de Marnix Academie. En ik haalde de rekentoets (eerste poging aan het begin van de opleiding) dus gewoonweg NIET. En ik heb enorm veel gehad aan de lessen van een zekere rekendocent daar op de Marnix Academie (Paul Stam, in die tijd; geen idee of de beste man er nog steeds werkt) die voor mij de eerste rekendocent was die met geduld, flexibiliteit en doorzettingsvermogen (had ik ‘geduld’ al genoemd?) de stof uitgelegd heeft weten te krijgen. Mijn interesse in het vak rekenen is toen pas gekomen.

Ik wil maar zeggen: het is dus prima mogelijk om een hele club eerstejaars studenten voldoende onderlegd te krijgen voor het vak rekenen om de PABO toelatingstoets te halen (misschien wil je zelf de uitdaging eens aan gaan?). Mijn stille hoop is nu, dat al deze studenten, NAAST het feit dat ze het vak zelf voldoende beheersen, ook energie willen steken in het vermogen om deze stof uit te kunnen leggen aan de kinderen die ze straks in hun klas hebben (geloof mij nu maar; dat is een heel andere vaardigheid!). Jullie maken namelijk het verschil. Op de basisschool al. Veel van mijn studenten hebben een ‘rekentrauma’ opgelopen, juist op de basisschool. Aan jullie de taak om er voor te zorgen dat ik, over een jaar of zestien, terug hoor van mijn studenten dat ze het vak rekenen hebben geleerd van een geduldige, flexibele leerkracht op de basisschool…

Gefeliciteerd met dit mooie resultaat!

Waarheden over dyscalculie…

Ik kwam vandaag een artikel tegen. Hier is een link. Het zal je wellicht niet verbazen dat ik hier ook een mening over heb.

Een quote uit het artikel luidt: “Bosman denkt dat het ook voor mensen met dyscalculie helpt om veel te oefenen. Ze liet vijftig leerlingen zes weken lang intensief trainen en volgens haar ging het niveau van de leerlingen gemiddeld met anderhalf jaar vooruit.”

Ik ben het hier intussen wel mee eens. Als ik een leerling tegen kom met de wil om beter te worden in het vak rekenen (die zijn, helaas, nog altijd vrij zeldzaam…), en ik bied ze enerzijds wat extra tijd voor uitleg en oefenen, en anderzijds zorgt zo’n leerling er zelf ook voor dat er wat extra tijd in het leren en oefenen van lesstof gaat zitten, dan verbetert eigenlijk in 100% van de gevallen het resultaat. Echt.

Zorg voor voldoende aandacht bij leerlingen die een achterstand dreigen op te lopen, en je ondervangt daarmee het grootste deel van de problematiek.

Het woord in dit artikel wat me het meest aansprak is ‘slecht’ onderwijs. Kun je van een gemiddelde basisschool leerkracht verwachten dat deze de extra tijd neemt om leerlingen extra uitleg te geven? Ja, verwachten kun je dat zeker. Maar is het ook reëel? Dat vraag ik mij nog steeds af. Ik weet, ook uit ervaring, wat er van je gevraagd wordt als leerkracht, en dan snap ik best dat de tijd die er voor nodig is om iemand extra aandacht te geven gewoonweg niet beschikbaar is. En lang niet alle scholen hebben bijvoorbeeld een RT-er in dienst die kan helpen met het bieden van de benodigde extra hulp.

Stof tot nadenken dus, want er wordt ECHT te makkelijk en te snel geroepen dat iemand dyscalculie / dyslexie heeft.

‘Meester’ vs ‘agent’

Nee, dit is niet de nieuwe ‘Verhoeven’ vs ‘Hari’. Het is veel minder spectaculair. Of niet; een wedstrijd die eindigt in een ’t.k.o.’ is geen echte wedstrijd, natuurlijk…

Mijn collega’s en ik worstelen nu al geruime tijd met het motiveren van onze leerlingen. Onze nieuwe groep eerstejaars weten natuurlijk ook al vanaf het begin van het schooljaar dat ze van Sander en Jet geen voldoende voor rekenen hoeven te halen. En veel mbo-leerlingen denken heus: “als ik er niet op kan zakken, en ik ook geen voldoende hoef te halen, waarom zou ik er dan mijn best voor doen?”

En ik neem het ze niet echt kwalijk hoor. De 1040 urennorm (nog zo’n pareltje van het ministerie van onderwijs) zorgt voor meer dan genoeg werkdruk (en bezigheidstherapie in andere lessen), zodat ze zich liever concentreren op vakken die er toe doen…

In het begin ging het nog aardig; bij het opfrissen van de basisvaardigheden (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en de volgorde van bewerkingen) deed iedereen nog mee, en waren de cijfers best prima. Maar bij het volgende hoofdstuk (decimale getallen, in onze methode) ging het al goed mis. Gemiddeld cijfer: 4,7.

En dan ga je nadenken. En overleggen. En je gegevens er eens goed op nakijken. En wat blijkt? Tijdens de les is de inzet van de studenten best prima. Ze zijn er, en ze doen mee (geloof me: een groot goed op het mbo), ze stellen vragen en ze oefenen wat. Maar buiten de les om gebeurt er in feite he-le-maal niets. Noppes. Nada. Buiten de les om oefenen ze niet. En ze hebben er wel de tijd voor (60 minuten per week specifiek om hun sommetjes te maken, onder begeleiding van een andere docent). Maar tijdens dat uur wint Facebook. Of de Samsung/iPhone. Of Netflix. Of (jaja, gelukkig…) een ander vak. Maar oefenen met rekenen is er niet bij. Rekenen gaat hier dus flink t.k.o.

Dus wat te doen? Herkansen dan maar, en hopen op het beste. Maar niet zomaar. Daar moeten we maar eens mee ophouden. Gewoon maar weer ouderwets ‘huiswerk’ opgeven, en pas wanneer je als leerling netjes alle sommetjes hebt gemaakt, heb je ‘recht’ op je herkansing. Spannende beslissing, zo op het mbo. Want waarom zouden ze? Ze kunnen er immers niet voor zakken? Toch hebben we dit nu maar even volgehouden.

En wat blijkt? 80% van de klas netjes alle sommetjes af. Dus die mochten allemaal herkansen. Gemiddelde cijfer na poging twee: 7,8. Dank u.

Diep van binnen heeft het me altijd tegen gestaan, maar vanaf heden ben ik toch weer meer de ‘agent’ in mijn klassen. Toegang tot de toets? Alleen als je al je sommetjes af hebt. Eens kijken of er over anderhalf jaar wat minder frequent het cijfer ‘1’ op de resultatenlijst van de rekentoetsen prijkt.

Meer rekenperikelen

Met een rekenmachine op school leer je geen rekenen

Geen wonder dat de rekenprestaties in Nederland dalen. Leerlingen hoeven niet te rekenen. Ze moeten met een rekenmachine erbij opgaven kunnen lezen en oplossen. Zo leren ze het niet, aldus Karin den Heijer.

Erik van Gameren, NRC

De verwachte resultaten van twintig jaar nieuwe rekendidactiek blijven uit. Begin deze maand zijn de resultaten van het Programme for International Student Assessment (PISA) gepresenteerd. De wiskundeprestaties van Nederlandse 15-jarigen gaan stelselmatig achteruit. De oorzaken voor de daling moeten nog nader worden onderzocht. Het Cito geeft alvast een voorzetje: ,,Een relevante vraag is in hoeverre de recente nadruk in het onderwijs op basale rekenvaardigheden wellicht ten koste is gegaan van de beheersing van de hogere-orde vaardigheden in wiskunde.”

Vol ongeloof herlees ik deze passage. Hoe kan het Cito dit met droge ogen beweren? Er wordt nu al twintig jaar gesuggereerd dat er in het onderwijs te veel nadruk ligt op basisvaardigheden. In diezelfde jaren gaf ik les in verschillende bètavakken. Te veel nadruk op de basis? Ik heb er niets van gemerkt. Ja, in Vlaanderen, daar konden mijn leerlingen rekenen. Maar in Nederland? Rekenvernieuwers hebben rekenen veranderd in begrijpend lezen met een rekenmachine.
Wat is rekenen eigenlijk? De meeste mensen zijn daar duidelijk over. ,,Uit het hoofd kunnen uitrekenen wat anderhalf keer anderhalf is”, zegt mijn fietsenmaker. ,,Wisselgeld kunnen teruggeven zonder een rekenmachine te pakken”, vindt de bloemist.

Kaal rekenen ‘irrelevant’

De meeste ‘rekenexperts’ zijn het daar niet mee eens. Volgens hen is rekenen ‘de combinatie van kennis, vaardigheden en persoonlijke kwaliteiten om adequaat en autonoom om te gaan met de kwantitatieve kant van de wereld om ons heen.’ Zij spreken liever van ‘gecijferdheid’. Volgens leerplanontwikkelaars heeft het kale rekenen zijn relevantie verloren. Het filteren van een som uit een verhaal, het op de juiste wijze gebruiken van de rekenmachine, het tonen van creativiteit en een probleemoplossende houding, dát is waar rekenen om zou moeten gaan! En dus stond ons rekenonderwijs de afgelopen decennia in het teken van het uitpluizen van warrige reclameteksten en het klokkijken in spiegelbeeld. Rekenen werd in Nederland geherdefinieerd.

Op 11 november 2016 informeerden Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker (OCW) de Tweede Kamer over de resultaten van de ‘rekentoets’ voor het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). In die brief komt het woord ‘rekenmachine’ niet voor. Dat terwijl het merendeel van de opgaven van de rekentoets bestaat uit verhaaltjessommen die met een rekenmachine mogen worden gemaakt.

Denk je eens in. De zwemleraar zegt dat je kind kan zwemmen, maar hij bedoelt eigenlijk dat je kind alleen maar kan zwemmen met zwembandjes om. De rij-instructeur zegt dat je kunt autorijden, maar vergeet erbij te zeggen dat het alleen maar gaat om rijden in een zelfrijdende auto. Tweede Kamerleden beslissen over een rekentoets, maar worden niet correct geïnformeerd over wat die nu eigenlijk toetst.

Gelukkig veroorzaakt de nieuwe rekendidactiek geen direct levensgevaar. Maar het nieuwe rekenen heeft wél verregaande gevolgen. Kinderen die niet goed kunnen lezen, denken nu ook dat ze niet kunnen rekenen, simpelweg omdat ze de talige rekenopgaven niet begrijpen. De rekenmachine is hun houvast. Maar op drijfzand kun je niet bouwen. Als je niet kunt delen door een half, vergeet de wiskunde dan maar. Of een carrière in de techniek.

Nu is gebleken dat de resultaten van het nieuwe rekenen ‘een beetje tegenvallen’, is het misschien een goed idee om dit mislukte experiment per direct te beëindigen. Na twintig jaar is het hoog tijd om te stoppen. Laten we weer gewoon gaan rekenen!

Karin den Heijer, 20 december 2016.

(Karin den Heijer (ir. chemie) is docent wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium en bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland.)

Artikel een op een overgenomen van hier.